top of page
  • Sofie Veramme

Sofie Veramme


We spreken elkaar in Gent, lekker achteroverleunend in de zetel, en worden slechts onderbroken door twee dingen, Poezie, de kat, die eerst blaast maar later beslist dat korte knuffels en op tijd en stond wat gepaste aandacht haar goed bevallen, en de boekenkast, die zorgt voor een soort springfiguur-jack-in-the-box-gedrag:

‘Voorzie een uiteenlopende boekencollectie en je nieuwe vriend begint er langs alle kanten voor te springen!’ Al mijmerend en associërend dwalen we van de ene herinnering naar de andere toekomst. Aristoteles had begrepen dat je de werkelijkheid niet kunt begrijpen door haar in stukjes te hakken, en dat verbinden is precies wat Sofie Veramme doet.




Lezend en pratend geeft ze betekenis, en voel je de artificiële grenzen tussen onze sociaal-maatschappelijke systemen afbrokkelen. Als ik haar vraag of ze liever naar het verleden of naar de toekomst zou willen tijdreizen dan heeft ze een ‘list of demands’ waaraan eerst voldaan moet worden.

“De enige manier waarop ik, ongehinderd door morele bezwaren en volledig binnen de toenmalige tijdgeest, als vrouw naar het verleden zou willen reizen is als rijke en geprivilegieerde telg uit hoge sociale klasse, zodat ik een zekere vrijheid had om me minder van sociale conventies aan te trekken. Je mag me terugsturen als Annemarie Schwarzenbach, een Zwitserse erfgename, avontuurlijke reiziger, schrijver en fotograaf. Ze schreef reisverhalen en romans en was een actief in het literaire antifascistische verzet voor de Tweede Wereldoorlog. Het leest als een leven van Berlijnse losbandigheid, queer decadentie en lesbische tragiek. Met een vrouw langs me en opium op de achterbank in een blitse auto door de Oriënt, dat lijkt me wel wat. In haar reisverslag “Ankuft in Mallorca” schreef ze “was man am meisten liebt, liebt man schon mit dem Schmerz des Abschieds.” Of het nu over reizen of over mensen gaat, liefde, pijn, schoonheid en tragiek worden geboren uit hetzelfde vat. Ik denk niet dat ze gelukkig was, maar de romantische idealisering van haar wilde leven spreekt tot de verbeelding.

Het andere uiterste is onverschilligheid en cynisme. Ik heb er geen talent voor, denk ik. Soms word ik overweldigd door alle meningen die ik heb, en hoe iedere verontwaardiging een engagement vereist. Ik wil roepen, wil mensen tonen dat we niet op eilandjes leven maar samen in de buik van de geschiedenis zitten. We zijn onderling verbonden door eeuwenoude structuren die zich vandaag uiten in racistische en kapitalistische systemen, een joekel van een patriarchaat, onderdrukking en roofbouw op ons ecosysteem.

Ik voel me vaak breekbaar in mijn activisme. Ik twijfel vaak, en ik ben ervan overtuigd dat iedereen altijd met de beste bedoelingen handelt en niemand moedwillig kwaad doet. Het ontbreekt gewoon vaak aan empathie, denk ik, en mensen maken daardoor vaak denkfouten.

Een van de grootste denkfouten is het vertrekken vanuit een absoluut gelijkheidsprincipe. Alles en iedereen is hierin lineair volledig gelijk waardoor de gevolgen van impliciete ongelijkheid niet erkend worden. De idee heerst dat iedereen dezelfde mogelijkheid heeft om met soortgelijke inspanningen een waardig en aangenaam leven op te bouwen, alsof er geen kansarmoede, racistische vooroordelen of neurodivergentie bestaan. Alsof alles organisch wel in orde komt, bijvoorbeeld dat het openbaar vervoer voor iedereen vlot toegankelijk zou worden. Het verzet tegen quota, positieve discriminatie of bijvoorbeeld flinta-avonden wordt hierop gebaseerd. Dat quota en safe(r) spaces net tot stand komen om ongelijkheid te corrigeren, wordt in de argumentatie van de tegenstanders zelfs ontkend. Er wordt een valse symmetrie getrokken tussen de (negatieve) discriminatie waarmee minderheden bewust of onbewust onzichtbaar worden gemaakt en (positieve) discriminatie waarmee deze minderheid zich versterkt. Een valse symmetrie tussen stilte en stem dus, tussen passief en actief.

Mensen die zich beroepen op deze absolute gelijkheid vergeten dat discriminatie niet ophoudt zodra de legale drempels zijn weggewerkt, of zodra iemand uit een minderheid mee aan tafel kan zitten. Organisaties en mensen opereren niet in een vacuüm. Bestaande machtsverhoudingen en uitsluitingsmechanismen worden overgenomen uit de maatschappij. Ook binnen minderheidsgroepen werken verschillende lagen van onderdrukking verder. We moeten het gesprek aangaan over schijnbaar onzichtbare vormen van uitsluiting. We moeten het gesprek voeren over de vormen die macht aanneemt, en hoe die zich in stand houden. En we moeten dat blijven doen.

Er wordt nog te vaak vertrokken vanuit de meerderheid om het zogenaamde redelijke midden te definiëren. Wie bescherm je als je niet ingrijpt in een toxische omgeving? Bescherm je de luidste roepers, zij die gewoon zijn gehoord te worden en ook dat recht opeisen, of bescherm je de mensen die zich stilletjes terugtrekken en vermoeid of ziek afhaken? Geef je de usual suspects de meeste kansen, of zorg je dat iedereen in een warme, gezonde en stimulerende omgeving kan leven? Hoe willen we onze maatschappij vorm geven?

Mijn activisme vertrekt vanuit die vraag. Ik hoop dat mijn twijfel zich ook in de hoofden van machthebbers kan nestelen, dat zij ook de nodige vragen stellen. Want structuren bestaan uit mensen, en de hoofden en handelingen van mensen. En mensen kunnen veranderen. Alleen moeten ze soms een geweten geschopt worden.


Sofie Veramme is functioneel analist voor Werkplaats Immaterieel Erfgoed, panelspeaker, activist en schrijver voor Cavalier Queer.

Instagram : @tot_zover


Inleiding : Biem D'hondt

Tekst : Sofie Veramme

Foto : Marijn Achten

Kommentare


bottom of page