top of page
  • Biem D'hondt & Anke Tilley

Anke Tilley

Queer Women Within the Paradigm of Sexual Objectification: A Literary Study on the Intersection Between Ethics and Literature.


De scheiding tussen het ‘voor’ en het ‘na' van belangrijke gebeurtenissen is niet altijd duidelijk. Soms is het een kwestie van tijd voordat de volledige impact van zo’n ontwikkeling duidelijk wordt. En soms weet je het meteen. We spreken elkaar de dag na de Nederlandse verkiezingen. Ook al zit de extreem rechtse partij in Vlaanderen niet in de regering, toch is de verwerping van de gelijkwaardigheid van alle mensen genormaliseerd. Het denken en debatteren over fascistische concepten hebben deze geleidelijk meer legitiem en acceptabel gemaakt voor een breder publiek. Als je gelooft dat een open uitwisseling van meningen en ideeën, als een soort van vanzelfsprekend pad naar de zegeviering van de beste standpunten leidt, dan kom je bedrogen uit. Ik las ooit dat democratie sterft in de schijnwerpers, niet in donkere achterkamers. In tijden zoals deze is het des te meer van belang om zorg te dragen voor elkaar, om niet enkel stil te staan bij hoe we de ander bekijken, maar ook hoe we naar onszelf kijken. Welke structuren we zelf (onbedoeld) overnemen en hoe we een tegenwicht kunnen bieden.


Gelukkig kan de gelijkwaardigheid van alle mensen zich op verschillende manieren uiten. Ik spreek met Anke Tilley (zij/haar) die in haar thesis Queer Women Within the Paradigm of Sexual Objectification: A Literary Study on the Intersection Between Ethics and Literature een hiaat binnen het ethisch debat rond seksuele objectivering verkende, namelijk het gesprek aan representatie van queer vrouwen.



“Mijn thesis ontstond vanuit mijn verontwaardiging over de vaststelling dat het huidig ethisch debat rond seksuele objectivering zich voornamelijk richt op heteroseksuele relaties. Op die manier worden de ervaringen van queer vrouwen bijna geheel buiten beschouwing gehouden. Bovendien hebben die ethische discussies de neiging om gendergerelateerd te zijn en worden objectiverende houdingen bijna altijd toegeschreven aan de relatie van mannen tot vrouwen. Deze gendering van seksuele objectivering leidt binnen patriarchale samenlevingen al snel tot essentialiserende stereotypen, waarbij er wordt aangenomen dat de objectifier een man is en de objectified een vrouw.


Maar hoe zit dit bij queer vrouwen? In hoeverre is seksuele objectivering ook van toepassing voor hun taalgebruik, houding en standpunten? Hoe kunnen queer vrouwen omgaan met de belemmeringen van seksuele objectivering als ze sociaal gepercipieerd worden als de objectified? Hoe beïnvloedt die sociale perceptie hun blik tegenover hun partners? 


Het huidig ethisch debat erkent namelijk niet de specifieke dynamiek, machtsstructuren en complexiteit waarmee queer vrouwen te maken hebben in relatie tot seksuele objectivering. Door de maatschappelijke verwachtingen te weerstaan en hun eigen identiteit te omarmen, verstoren queer vrouwen traditionele machtsverhoudingen en gender rollen binnen een patriarchaal kader. Dit opent nieuwe perspectieven en mogelijkheden binnen het ethisch debat, waarbij queer vrouwen enerzijds een unieke rol spelen in het vormgeven van een meer inclusieve en genuanceerde benadering van dit vraagstuk. Anderzijds legt het ook structuren bloot binnen de queer community waar er wel nog sprake is van problematische vormen van seksuele objectivering.”


Voor haar onderzoek analyseerde Anke enkele literaire werken, niet enkel om te zien hoe in die romans seksuele objectivering tussen queer vrouwen onderling in kaart wordt gebracht maar vooral ook om te zien welke ethische vragen daaruit voortkwamen.


“Mijn onderzoek werd simultaan verrijkt maar ook gelimiteerd door de romans die ik uiteindelijk gevonden had. Wat ik steeds in mijn achterhoofd moest houden, was dat ik slechts enkele thema’s en problematieken binnen dit ethisch debat kon blootleggen aan de hand van mijn selectie. Het was niet realistisch om te verwachten dat ik dé antwoorden of dé oplossing zou vinden. Laat staan dat ik algemene beweringen of alomvattende uitspraken kon maken over seksuele objectivering tussen queer vrouwen onderling. Mijn thesis was op die manier zeer exploratief. Uiteindelijk hebben mijn onderzoeksvragen nóg meer vragen opgeleverd in plaats van louter antwoorden.”


“Één van de zaken die ik heb meegenomen uit mijn bevindingen is dat het huidig debat rond seksuele objectivering niet zomaar rechtstreeks toegepast kan worden op de realiteit van queer vrouwen. Dit wordt onder andere duidelijk wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar de manier waarop Jeanette Winterson’s Written on the Body onthaald werd. In deze roman wordt de genderidentiteit van de naamloze verteller namelijk bewust niet gespecificeerd, waardoor critici de objectiverende blik van de verteller tegenover de vrouwelijke geliefde op verschillende manieren interpreteren. Dat roept dan weer vragen op over hoe de interpretatie van seksuele objectivering verandert afhankelijk van de gepercipieerde genderidentiteit van de verteller. Hoe beïnvloedt de genderidentiteit van de objectifier de manier waarop seksuele objectivering wordt begrepen en ervaren? De ene groep critici was er steevast van overtuigd dat de verteller een man was, aangezien zij in het narratief een dominante, possessieve houding tegenover het vrouwelijk lichaam lazen. De andere groep critici lazen dan weer methaphors of sameness tegenover het vrouwelijk lichaam, waardoor zij geneigd waren om de verteller te interpreteren als een vrouw of als een lesbische vertelstem. In hun ogen werden mannelijke paradigma’s toegepast als een vorm van vermomming. Als je die twee uitgangspunten bij elkaar plaatst, houdt dat dan wel nog steek? Mocht het huidig debat wel rechtstreeks toegepast worden, leidt dit vervolgens tot een vicieuze cirkel waarin een queer vrouw, die een andere vrouw objectiveert, gezien zou worden alsof zij een patriarchale houding aanneemt door middel van een ‘vermomde’ male gaze. Die vicieuze cirkel kan je enkel doorbreken door een start te bieden aan een nieuw ethisch debat. Een debat dat de sociaal geconditioneerde positie van vrouwen erkent zonder dat de transformerende kracht van queerness wordt overschaduwd.”

 

Haar onderzoek liet haar echter niet enkel kennismaken met seksuele ethiek maar stond ook nauw in verbinding met haar eigen zoektocht als queer vrouw en de complexe relatie tussen haarzelf en haar queerness. 


“Toen ik me stapsgewijs bewust werd van mijn queerness, heb ik dat deel van mijn identiteit enkel in stilte vorm gegeven. Dit niet vanuit schaamte, niet vanuit maatschappelijke normen of een bekommernis om hoe anderen mijn identiteit zouden percipiëren maar wel vanuit een allesoverheersende angst dat ik ooit een andere vrouw zou objectiveren, net zoals sommige mannen dat met mij hadden gedaan. Een beklemmend gevoel dat ik een dergelijke blik onbedoeld zou overnemen. De onrust die daaruit voortkwam, zorgde ervoor dat mijn queerness vele vormen aannam. Ik stortte me in literatuur, ging talloze keren in gesprek met mezelf en liet gedachten in en uit me vloeien. Tot de stilte, hoe zacht en veilig ze ook aanvoelde, onhoudbaar werd. Mijn thesis was een manier om die angst in de ogen te kijken. Om dialoog te stimuleren. Om open te breken.” 



“Mijn grootmoeder heeft me vanop een afstand doorheen die angst en twijfel zien bewegen. Toen ik nog volop in mijn onderzoek verwikkeld was, bezocht ik haar wekelijks. Ze weet al langer dan vandaag dat ik queer ben, of nou ja, in gesprekken met haar gebruik ik nog regelmatig het label biseksueel als ik mezelf omschrijf. Een label dat voor haar iets meer behapbaar aanvoelt. Persoonlijk wentel ik mezelf zowel rond biseksualiteit als queerness. Ze komt zelf uit een meer conservatieve omgeving en, hoewel ze nooit expliciete uitspraken deed, voelde ik wel aan dat ze bepaalde aannames had over de queer community. Toen ik echter mijn queerness niet meer voor haar achterhield, twijfelde ze er geen seconde aan om mij en mijn identiteit te omarmen. Ze vertelde me dat het gender van een partner haar niet uitmaakte, zolang die persoon maar goed voor me zou zijn. Sinds die tijd voeren we regelmatig open gesprekken over de queer community en mijn eigen zoektocht. Het heeft haar zeker energie gevergd om deze gesprekken aan te gaan, om uit haar comfort zone te stappen en aan introspectie te doen. Vandaag de dag stelt ze uit zichzelf voorzichtig vragen en denkt ze met me mee. Vanuit een grootmoeders liefde, kinship en empathie kan ze haar aannames stilaan achterwege laten. Het voelt hoopgevend aan dat iemand van haar leeftijd zo zorgvuldig aan zichzelf kan werken. Daarvoor – en voor ontelbare andere redenen – zal ik haar altijd dankbaar zijn.” 


“Doorheen de jaren is het belang van dialoog en connectie steeds duidelijker geworden. Mijn thesis is ontstaan door in dialoog te gaan met literatuur, de velen die hun ethisch-feministische blik reeds over het debat rond seksuele objectivering hebben laten glijden en met mezelf. Maar een dynamisch ethisch debat zal pas vorm krijgen door buiten mezelf te treden, door gesprekken met de bredere community te voeren, door elkaar accountable te houden en zorg te dragen voor elkaar. Daar hoop ik met dit interview een ingang tot te geven.” 


“Hoewel mijn zoektocht zeker nog niet tot een einde is gekomen, probeer ik in verbinding te blijven met mezelf en mijn eigen lichaam. Sinds enkele jaren dans ik Braziliaanse zouk, een relatief intieme partnerdans. Een losse doch technische dansstijl die vele vormen kan aannemen; traag en intiem of snel en speels. Een dansstijl waar respect en consent hoog in de vaandel wordt gedragen. Ik kan niet spreken voor heel de zouk scene, aangezien elke instructeur en community hier hun eigen invulling aan geven, maar ik heb zouk steeds ervaren als een inclusieve dansomgeving. Het fijne is, dat er in principe geen mannenpassen of vrouwenpassen bestaan. Je hebt leiders en volgers, die elk dan weer in symbiose kunnen treden. Ikzelf ben een volger omdat dit me de kans geeft om even niet na te denken en om elke minuscule aanraking van de leider een vervolg te geven. Ookal is de zouk community nog steeds een vrij heteronormatieve space, geeft dit wel een vrijere invulling van wat het betekent om te leiden of te volgen in een dans. Zouk heeft voor mij geholpen om in verbinding te staan met mijn lichaam en met mijn zachtheid dankzij de veilige, sensuele maar niet seksuele omgang met elkaar.”

 

Anke Tilley (zij/haar) wentelt zich rond literaire fictie, seksuele ethiek en zachtheid. Ze studeerde binnen de Letteren en Gender en Diversiteit en sinds haar afstuderen zet ze zich in voor een meer inclusieve en diverse literaire sector, waar elke betrokkene zich veilig kan voelen. In de toekomst hoopt ze stapsgewijs een duurzame oplossing te vinden voor grensoverschrijdend gedrag in de literaire sector.

Instagram: @anke__t


Tekst: Biem D'hondt & Anke Tilley

Foto's: Marijn Achten

Comments


bottom of page